Schrijf in en ontvang gratis mijn ebook "Het Eindspel van ons Financieel Systeem"
|
Als ik moeilijkere economische concepten probeer te begrijpen, vertrek ik vaak vanuit de situatie van een eiland van 100 mensen. Dat maakt het vaak wat begrijpelijker. Dus stel je eens voor dat België een eiland is met 100 mensen. Laten we het makkelijk houden en ervan uit gaan dat al die mensen actief zijn in de landbouw. Ze zijn dus allemaal bezig met het produceren van voedsel. Laten we deze groep de “productieven” noemen. Het systeem begint bij de productieven. “The State produces nothing. It can only consume what the productive classes have created. All government expenditures represent a diversion of resources from productive to unproductive uses.” Op ons eiland wordt op een bepaald moment beslist dat mensen die ouder worden niet meer hoeven te werken en maandelijks een uitkering krijgen om in hun levensonderhoud te voorzien. Op dit moment ontvangen 20 mensen een maandelijks pensioen. En het lijkt ook een goed idee om wat mensen in te zetten voor … laten we zeggen … zaken van algemeen nut. Denk daarbij aan onderwijs, de brandweer, politie, gemeentebestuur, enz.. En dan zijn er nog mensen die om allerlei redenen (werkloosheid, ziek, studenten, enz.) niet kunnen of willen werken. Dat gaat nog eens om 30 mensen. Op dit moment zijn op ons eiland dus nog 40 mensen actief in de “productie” en zij financieren met hun arbeid de pensioenen, de lonen van de ambtenaren, de werkloosheidsvergoedingen, de ziekte-uitkeringen enz.. Laten we eens kijken wat dat concreet betekent. Ok, de ambtenaren dan. Er zijn 10 ambtenaren en 40 werkenden. Vier productieven betalen dus voor het loon van 1 ambtenaar. Een productieve staat in voor 25% van dat bedrag, €1.625 per maand. En dan is er nog de grote groep “inactieven”. Dat zijn de studenten, de werklozen, de zieken, enz.. Eén inactieve kost minstens €1.500 per maand. Aangezien er 40 productieven zijn voor 40 inactieven betaalt iedere productieve voor één inactieve. De rente kost jaarlijks €181.693. En ja, die rente moet eigenlijk betaald worden uit de arbeid van de productieven. Verdeeld over 40 productieven is dat nog eens €378 per maand. Zullen we het eens allemaal optellen zodat we een idee krijgen van de last die een productieve mag dragen?
Dan zitten we ondertussen al aan €4.303 per maand waarvoor die productieve mag instaan. En dan vergeet ik in de praktijk nog heel wat overheidsuitgaven. Denk maar aan defensiemateriaal, openbaar vervoer, infrastructuur, subsidies, cultuur, politiek, enz.. Dat is alles samen nog eens €2.000 per werkende. Het is maar een rekenoefening om het systeem wat simpeler te maken. Maar bon, één productieve die maandelijks €6.303 van zijn arbeid mag afstaan om de “welvaartsstaat” te financieren. En onze productieve zelf moet het zien te redden met minder dan de helft van dat bedrag. Dat is de situatie. Dat is het Belgische systeem in een notendop uitgelegd. Of dat fair en duurzaam is, mag je zelf bepalen. PS. Op zoek naar meer? 1) Lees hier eerdere edities van mijn nieuwsbrief 2) Volg me op social media: |
Schrijf in en ontvang gratis mijn ebook "Het Eindspel van ons Financieel Systeem"